zondag 30 januari 2011

Filmfestival Rotterdam

Zaterdag zijn we een dag naar het Filmfestival in Rotterdam geweest. Vier mooie films gezien.

Virgin goat
Mijn eerste keuze was een Indiase film. Natuurlijk omdat we nog niet zo lang terug zijn uit India, maar ook omdat de beschrijving van de film mij aansprak. Geen Bollywoodfilm, maar een Indiase filmhuisfilm, die in India zelf onverkoopbaar is. Een man wil dat zijn geit Laila een lammetje krijgt. Als de geit door hulp van een dierenarts-toverdokter eindelijk eens loops is, trekt hij er met haar op uit naar een geschikte bok. Onderweg loopt alles op Indiase wijze volkomen uit de hand.
Op de achtergrond speelt de politiek-economische situatie op het Indiase platteland met alle tradities een belangrijke rol. Zo is de geit ook een metafoor. Voor ons was er veel herkenning, ook al is de film in Hyderabad (midden-India) opgenomen. (wij waren in het Noorden). Ook herkenden we dat niets is wat het lijkt, ook typisch India. O, ja, en er zit toch een klein stukje Bollywood in de film: de rappende politieagenten.
Prachtige film!

Grande Hotel
Grande Hotel is een documentaire over het voormalige luxe hotel in Beira, Mozambique, dat gekraakt is door 3500 mensen die woonruimte zochten. Het gebouw is ondertussen ontdaan van alles wat waarde heeft. In het karkas van het gebouw is een soort dorpsgemeenschap ontstaan. Compleet met winkels, kapper, schoonheidsspecialiste en manicure. Een prachtige scene is die waarin je op de achtergrond het geluid van de moskee en de christelijke kerk in het hotel hoort, terwijl je kijkt naar hoe het voormalige zwembad gebruikt wordt voor wassen, baden en pret maken.



La BM du Seigneur
La BM du Seigneur is een speelfilm, gespeeld door de bewoners van een woonwagenkamp ten Noorden van Parijs. Ze spelen in zekeren zin zichzelf en geven zo een beeld van hun leven. Tegelijkertijd heeft het verhaal magisch realistische trekjes, nog versterkt door de camerastandpunten die vaak verrassend zijn. De regisseur heeft zelf familie in het woonwagenkamp. Anders had hij deze film vast niet kunnen maken. Het blijft een gesloten wereld, waar ook in de film uiteindelijk niemand aan ontkomt.



Winter vacation
Winter vacantion laat de kijker de ondragelijke saaiheid van het bestaan in Binnen-Mongolie zelf ervaren. 91 minuten lang kijk je naar beelden die soms minutenlang stil lijken te staan. De dialogen zijn op zijn mist merkwaardig. Soms doet de film in absurditeit aan Alex van Warmerdam denken, maar alles overheersend is de traagheid van deze film. Ik vond dat wel mooi, maar niet iedereen kon er tegen. Nogal wat kijkers vertrokken voortijdig. Zij wel. De jongeren in Binnen-Mongolie konden dat niet.


De trailer hier toont een aantal actiemomenten uit de film. Overigens is deze trailer in het Frans ondertiteld, voor Nederlandstalige informatie en een trailer met Engelse ondertitels kun je hier kijken.

vrijdag 14 januari 2011

“Maar ik gun ze het wel, om eens naast hun kopje rijst een kipfilet te kunnen eten.”

De Taalkeuken was laatst in India. Een van de aardige dingen daar is dat vegetarisch eten de norm is. In restaurants kun je vaak wel vlees/vis/ei* krijgen, maar dat staat apart op de kaart onder het kopje Non-Veg. Dat is een geloofskwestie (Hindoeïsme) en een eeuwenoude eetcultuur. Naast dat ik het als niet-vleeseter erg prettig vond, bedacht ik dat India als groeiende economie met een groeiende bevolking op het gebied van voedsel eigenlijk een voorbeeld voor andere groeiende landen is. Grotere welvaart leidt hier niet tot intensieve veehouderij. De Indiase keuken is smaakvol en bevat dankzij de combinatie van granen en peulvruchten (Rijst en brood met linzen) en kleine porties zuivel (verse kaas en yoghurt) voldoende eiwit. En er zijn volop verse groenten.

Maar ik heb het helemaal mis.
Vandaag las ik een interview in Trouw met CDA-kamerlid Ger Koopmans.

De interviewer stelt: “De Partij voor de Dieren, Groen-Links, SP, PvdA en D66 maken zich druk om de vleesproductie in Nederland, omdat de uitstoot van broeikasgassen bij de veehouderij het grootst is, hoger bijvoorbeeld dan de uitstoot van al het verkeer.“

Koopmans: “Die stelling onderschrijf ik niet. Je moet alles in perspectief zien. Als de miljard mensen in India auto gaan rijden, vraag ik me af of dat nog steeds zo is.”

“De Indiërs eten ook nog niet massaal vlees”
, werpt de interviewer tegen.

“Maar ik gun ze het wel, om eens naast hun kopje rijst een kipfilet te kunnen eten.”


Niets geen kleurrijke, smakelijke gezonde maaltijden in India, maar een schamel kopje rijst, waar hoognodig een kipfiletje bij moet voor die stakkers. Nu zal ik niet ontkennen dat er heel veel Indiërs zijn die het vaak met alleen een kopje rijst moeten doen, maar die gun ik toch vooral van die pittige linzen en die lekkere verse groente erbij. Maar zo werkt het dus niet.

Koopmans: “(…) de negen miljard mensen die de wereld straks telt, zijn alleen te voeden met een intensieve veehouderij. Daar is het CDA van overtuigd.”

De interviewer probeert nog wat te argumenteren over soja uit de derde wereld voor veevoer, maar dat is natuurlijk ook onzin.

Koopmans: “Vergeet trouwens niet dat 85 procent van het soja schroot is. Dat kunnen mensen niet eens eten. Net als gras, dat eten mensen ook niet. Je kunt de varkenshouderij ook als de grootste afvalverwerker zien. Voor ons past de veehouderij in een duurzame voedingsproductie.”

De interviewer houdt dapper vol: “Op de weilanden waar gras staat, kunnen toch ook bijvoorbeeld kolen worden geteeld?”

Koopmans: ”Het is zo’n verwende Westerse opvatting om vlees terug te willen dringen. Een goede voeding bestaat uit een zekere mate van vlees.”

Kortom, vegetarisch eten is verwend Westers gedoe. In India moeten de mensen eerst maar eens fatsoenlijk vlees leren eten. Dat is beter voor hen en voor het milieu…

* Hindoes beschouwen eieren als niet-vegetarisch.

maandag 10 januari 2011

“Nou ja, je kunt natuurlijk ook gewoon een pak yoghurt op tafel zetten…”


Ik geef het eerlijk toe, ik kijk wel eens naar Boer zoekt vrouw. Soms trek ik het niet, maar gisteravond werd er in alle boerderijen gegeten en dat vind ik dan wel weer interessant.

In huize Richard serveert Duitse Heidi een maaltijd uit haar vaderland: kruimige aardappels met een intrigerende groene smurrie, knakworstjes, gerookte zalm en vrolijk geverfde paaseieren. Wat vroeg in het jaar, dunkt me.

In huize Frank gaat het er minder gezellig aan toe.
”Is er iemand die iets absoluut niet lust of niet mag of niet wil?” vraagt de olijke jonge geitenboer voor hij begint met koken.
“Ja, ik, ik eet geen vlees”, zegt Berber.
“Vind je het erg om het er tussenuit te vissen?” vraagt de krullenbol.
Berber vindt het dan maar niet erg.
“Tja, het zal wel naar vlees smaken. Ik kan het wel apart bakken, maar dan heb ik pannen te weinig en dan duurt het allemaal zo lang.”
Berber zegt dat ze het begrijpt.
Dan gaat de geitenboer los. Of ze misschien denkt dat biologisch vlees beter is. Dat denkt Berber eigenlijk wel. Of ze dan wel een goed beeld heeft van de vleesindustrie en of dat beeld wel objectief is. Of ze niet weet dat biologisch vlees veel meer CO2 uitstoot veroorzaakt? De voorheen zo olijke geitenboer zwaait nu met de koekenpan waar hij zo dadelijk de sukadelappen in gaat bakken.
“Maar ik eet ook geen biologisch.”, zegt Berber.

De stukjes stoofvlees gaan de koekenpan in.

“Je hoeft jezelf hier nu niet tegen te verdedigen daarin, al is de setting hier nu wel drie tegen een. Als je maar weet waarom.” zegt Frank.
Even later is stemming in huize Krullenbol tot het nulpunt gedaald. De drie sollicitantes zitten met de intensieve geitenhouder aan tafel. De twee vleesetende dames proberen hun kokhalzen te verbergen. Het vlees is niet weg te krijgen. De ene weet de oorzaak, sukadelappen moeten een paar uur sudderen.
“Het is soepvlees”, denkt de ander.
Er tekenen zich rode vlekken af op de voormalig olijke geitenhoederwangetjes.
“Ik snap niet dat ik dit vlees heb genomen.”
“Daar kan ik niet over meepraten.”zegt Berber fijntjes.

Vrolijker gaat het toe in huize Annemarie. De drie mannen die zij op zicht heeft genomen laten zich eens heerlijk door haar verwennen. Vooraf tomatensoep, dat kennen de mannen wel. Maar het toetje is een bijzondere belevenis: tiramisu. Een nieuw toetje!
“Ja, ik ben wel wat gewend, maar zulke aparte gerechten, die kom ik niet vaak tegen.” zegt een van de drie glunderend.
“Nou ja, je kunt natuurlijk ook gewoon een pak yoghurt op tafel zetten, maar eh…, dit is toch veel leuker? “ zegt Annemarie.

En hoe moet het nu verder met vegetarische Berber? Die zou een taxi moeten bellen. Naar huis. Daar gewoon een pak biologische geitenyoghurt op tafel zetten. Dat is toch veel leuker dan zitten kieskauwen met zo’n irritante geitenhouder?

Hm…, misschien kijk ik toch volgende week toch maar weer…

Voor wie het heeft gemist

zaterdag 18 december 2010

Hollandsch dictaat

Twee dagen na het Groot Dictee twijfel ik voortdurend aan mijn spelling terwijl ik dit stukje schrijf. Mooi dictee trouwens, geschreven door Tommy Wieringa. Ik had 28 fouten. Dat wilde u toch vragen?

Eerder die woensdagavond kwam G. thuis met zijn kerstpakket. Bij het uitpakken ontstak ik niet in thymotische woede, veeleer barstte ik uit in een Homerisch homerisch gelach. Het thema dit jaar was Hollandsche Helden. De Stoere Chips, Krakende Crackers en Zilte Tonijn (zonder MSC-keurmerk) en andere narigheid hebben allemaal een stoere zwarte verpakking met oranje accenten en een “100% STAVAST” keurmerk. Daarnaast hebben ze elk een eigen motto. Een bloemlezing: Staal wordt gehard in de wind, Succes naar arbeid, Vele handen maken licht werk, Schepen van hout, mannen van ijzer. Kortom, terug naar de VOC-mentaliteit, weg met die Jan Salie jan saliegeest.

Wat is dat toch, die modetrend van restauratieve nostalgie, van kleinburgerlijk ressentiment en van heimwee naar een verloren monocultureel paradijs die de winkelschappen van Blokker en Xenos (sic!) blauwwit kleurt met Delfts blauwe theedoeken en mokken, die van Boer zoekt Vrouw een tv-topper maakt en een archaïsche spelling en oubollige spreuken als toppunt van oer-Hollandse gezelligheid beschouwt? (instinkers in deze zin zijn o.a. blauwwit, Delfts blauwe en oer-Hollandse).

Ik denk, al klinkt het vreemd, dat er achter deze Hollandisering van Nederland een Limburger steekt. Het geperoxideerde ressentiment in je kerstpakket.

Laten we maar einde maken aan dit dictaat!

Noot: ik heb sommige termen geleend uit de overigens zeer lezenswaardige lezing die Jan Willem Duyvendak op 11 juni 2009 hield op de Dag van de Sociologie

zaterdag 11 december 2010

Taalkeuken in India



De afgelopen weken was de taalkeuken op reis in India en Nepal. Een van de vele hoogtepunten was een kookcursus bij Shashi in Udaipur.
We leerden pakora's maken met twee heerlijke verse chutneys erbij, verschillende curries, kookten pilau en bakten chapati's, paratha's en naan. Natuurlijk kocht ik later in de bazar van Jaipur ook zo'n mooie kruidendoos. Ook gingen er geurige specerijen uit Jodhpur mee naar huis. En natuurlijk de recepten van Shashi.


Aan het begin van de les vertelde Shashi haar levensverhaal.
Daarna gingen we aan de slag.



Pakora's met chutney. Eerst zelf maken, dan opeten.


Je moet even de slag te pakken krijgen, maar dan bak je echte chapati's, paratha's en naan.

Kom je ooit eens in Udaipur, dan moet je zeker een cursus bij Shashi volgen! Meer informatie: http://shashicookingclasses.blogspot.com/

zondag 24 oktober 2010

Wat is dit nu?

Een wandelingetje langs het kanaal op een mooie herfstdag. Ineens valt mijn oog op een houten constructie. Wat is dit nu, vraag ik me af. Zou het kunst zijn? Waarschijnlijk iets van milieuvriendelijke kunst, gemaakt van sloophout. Of misschien van inheems hardhout, zoals Robinia. Ik zie rechte vormen, die enerzijds een commentaar zijn op de ronde vormen van de natuur en anderzijds aansluiten bij de rechte lijn van het kanaal, maar daar wel weer haaks op staan. Wat zou de kunstenaar daar mee willen zeggen?
Maar misschien vergis ik me, misschien heeft de installatie wel nut. Misschien is het een plek waar vogels kunnen schuilen tegen de regen? Het hoge deel voor de grote vogels zoals de zwanen en het lage deel voor de kleinere vogels, zoals de eendjes. Fijn dat er ook stenen onder liggen, dan krijgen ze niet van die modderpoten.
Of zou het een radarbaken zijn voor de scheepvaart in het kanaal?
Ik blijf gissen...
Maar gelukkig, even verderop heeft het Stadsdeel Oost een bord met uitleg geplaatst: het is een picknickplek! Op het lage gedeelte kun je zitten, op het hoge leg je je eten neer. Kijk maar op het plaatje hoe het moet. Fijn,weer wat geleerd! Geweldig toch, zo'n stadsdeel!

zaterdag 2 oktober 2010

Dinertje

De Taalkeuken wilde een leuk driegangendinertje voor het nieuwe kabinet en zijn gedogers bedenken. Geschikt voor de hardwerkende Nederlander, van vreemde smetten vrij en tot tevredenheid van de dierenpolitie. Want The Animal Cops is duidelijk een speerpunt in het conceptregeerakkoord. Ze komen er maar liefst vier keer in voor. Ze krijgen zelfs een eigen telefoonnummer met het diervriendelijke ezelsbruggetje: “1-1-4, Red een dier”. Ik zal u niet vermoeien met ideeën in de Taalkeuken over andere nieuwe 1-1-x nummers (“1-1-5, Red een wijf…”, nee, laat maar).

Een dinertje dus. Ten genoege van The Animal Cops is voor de taalkeuken niet zo moeilijk, er wordt daar toch gewoonlijk vegetarisch gekookt. De vraag is wel of vegetarisch goed genoeg is voor de hardwerkende Nederlander en of daar geen vreemde Boeddhistische of Hindoeïstische smetten aan kleven. Dat risico neemt de Taalkeuken dan maar. Wat wel gemakkelijk is, het normale milieutobben in de Taalkeuken is deze keer niet nodig, want milieu is geen item voor dit kabinet.

Een dinertje dus. Soep vooraf? Goed! Typisch Nederlands, maar niet te moeilijk natuurlijk, want daar heeft de hardwerkende Nederlander geen tijd voor. Misschien een soep uit blik? Maar welke? Asperges, het witte goud uit de streek van de gedoger. Gebonden aspergesoep uit blik, verleukt met een fijngeprakt Barnevelds eitje uit de Biblebelt, ja, dat is het!

Hoofdgerecht? Ik kan de gedachte aan spruitjes maar niet uit mijn hoofd krijgen, maar dat is natuurlijk te flauw. Bovendien zijn spruitjes de laatste jaren reuze hip geworden onder subsidieverslindende bakfietsrijdende grachtengordelprofiteurs. Ik kan beter iets bedenken voor 130 rijdende provincialen uit het zuiden des lands. Zuurvlees of zo, maar dat is niet vegetarisch. De patat die daar bij hoort natuurlijk weer wel. Die houden we er in. OK, niet te moeilijk doen, bij patat hoort natuurlijk appelmoes. Al dan niet met een kersje. Dat is vrijheid, die keuze. Als derde ding een pasteitje met een ragoutje. Een ragoutje met kaas uit Godvrezend Zuid- Holland.

Het toetje. Natuurlijk geen uitheemse baklava of tiramisu. De oer-Hollandse vlaflip? Nee, die heeft een te hoog campgehalte gekregen. Voer voor homoseksuele subsidieverslindende soapacteurs bij de publieke omroep en andere profiterende kunstenmakers. Een bananasplit: banaan, nepchocoladesaus en scheerschuimslagroom uit een spuitbus. Ja, dat is het!

En nu maar hopen dat er niemand uitglijdt over een bananenschil.