donderdag 24 december 2009

Dirk Druiloor Denkt Doem

Terwijl in Kopenhagen de klimaattop druk bezig is te mislukken, zodat we nu zeker weten dat het einde der tijden echt nabij is, zet Dirk Draulans voet aan wal op de Galapagoseilanden. Dirk D. is een Belgische evolutiebioloog die op de Clipper De Stad Amsterdam meevaart om de reis van Darwin op de Beagle 174 jaar geleden over te doen. Doel van de reis is om te zien hoe het nu gesteld is met de natuur en het milieu. En dat is, zoals wij allen weten, droevig, zeer droevig! Het einde der tijden is immers nabij.

Menig natuurliefhebber of beroepsbioloog spaart naarstig voor een bezoek aan dit Mekka van de evolutie. Na een bezoek aan de Galapagoseilanden verveelt hij familie en vrienden nog jarenlang met praatjes en plaatjes omdat alles nog mooier en nog specialer was dan hij gehoopt had. “Wat een landschap”, “De dieren zijn helemaal niet bang”, “We zagen van tien meter afstand een zeeleeuwtje geboren worden”, “Je ziet de evolutie daar echt: op alle eilanden zijn de zeeleguanen net even anders” en als je niet oppast komen daar weer die duizenden dia’s.

Als Dirk D. het Beloofde Land betreedt, ergert hij zich alleen maar rot. Hij moet toegang betalen en vergunningen aanvragen. Hij moet zijn voeten vegen om geen vuil uit de rest van de wereld in het paradijs te verspreiden. En hij krijgt ook nog gids. Het is toch schandalig? Vervolgens bezoekt hij twee nare toeristendorpjes, aait een schildpad in het researchcentrum waar deze exemplaren als ambassadeur voor hun vrij levende soortgenoten te werk zijn gesteld en laat zich kieken bij het monsterlijke Darwinstandbeeld. Zo, dat zijn de Galapagoseilanden. Totaal verpest! Een grote touristtrap. En de hele natuur daar gaat naar de kloten. Allemaal door de slechtheid van de mens. Zeeleguanen liggen zomaar op straat, kun je nagaan!

Alles klopt. Het paradijs bestaat niet meer en het einde der tijden is nabij. Zo is het toch?

Nee, Dirk Druiloor, zo is het niet. De Galapagoseilanden worden goed beschermd. Het allergrootste deel krijgen de toeristen helemaal niet te zien. Daar gaat de natuur in rust en vrede zijn eigen gang. Wat je wel te zien krijgt zijn een aantal bijzonder mooie plekjes met dieren die je nergens anders kunt zien. Dieren die nog steeds niet weten dat de mens slecht is. En dat is wel heel bijzonder.

Naar die plekjes kun je alleen met een gids. En dat is maar goed ook, want die let op dat de enthousiaste natuurliefhebbers ook op die plekjes blijven. En dat ze zich zo gedragen dat de dieren er niet achter komen dat de mens slecht is.

Er zijn twee dorpjes op de archipel. Er wonen namelijk ook wat mensen. En die mensen willen ook een centje verdienen en dus hebben ze er restaurantjes, winkeltjes en internetcafeetjes. Mogen ze misschien? Onvermijdelijk kom je daar ook terecht als je de Galapagos bezoekt. Maar als je de hele archipel afrekent op wat bijverschijnselen en niets vertelt over al het moois dat er nog steeds is, ben je aan het doemdenken. En dan komt het einde der tijden misschien wel echt nabij. Hoop verloren, al verloren.
(en zo werd dit toch nog een kerstboodschap)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen